1. Welcome

    Welcome to my academic website. Please have a look around. Links to my research, blog, teaching and curriculum vitae can be found left.

    I am PhD candidate in the Department of Political Science at Stony Brook University. My interests include comparative political behavior, comparative political institutions and research methodology. Before I entered the political science arena I worked for the Dutch Social Democrats in the European Parliament. In addition, I have interned for the Alfred Mozer Foundation. I have a master’s degree in social psychology from the University of Groningen and a master’s degree in political science from the University of Amsterdam.

    Best,

    Martijn Schoonvelde

    2 years ago  /  0 notes

  2. Stapel

    De discussie rondom de fraude van Diederik Stapel heeft inmiddels ook Amerika bereikt. Onder meer de New York Times en de Washington Post berichtten deze week over zijn grootschalige en langdurige onderzoeksfraude. Op het weblog van Andrew Gelman, politicoloog en statisticus aan Columbia University, bericht een anonieme brievenschrijver over hoe Stapel precies te werk ging. Alsof je naar een matige aflevering van The Sopranos zit te kijken. Alleen worden er geen lijken in achterbakken gepropt maar computers en printers. En gaat het niet om geld maar om data.

    Een paar gedachten. My two cents, zogezegd: 

    Prominente wetenschappers, onder wie KNAW-baas Robbert Dijkgraaf, stellen dat de stukgelopen fraude van Stapel een voorbeeld is van het ‘zelfreinigend vermogen’ van de wetenschap. Heel vreemd. Het lijkt me weinig wetenschappelijk om dit soort conclusies te trekken zonder eerst gedegen onderzoek te doen.

    Daarbij komt dat hiermee belangrijke discussies worden vermeden. Over de verhouding van wetenschappers tot hun data bijvoorbeeld: hoe kan het zijn dat ruwe data van gepubliceerd onderzoek vaak niet of nauwelijks te verkrijgen zijn? En wat zegt dit over het belang van replicatie van onderzoek in het wetenschappelijk proces? Statistisch gezien is één op de twintig ‘significante’ onderzoeksresultaten het gevolg van stom toeval. Om te kunnen beoordelen om welke resultaten dit gaat is het van belang dat data vrij toegankelijk zijn, helemaal wanneer het om gepubliceerd onderzoek gaat.

    En dan is er nog de wenselijkheid van onderzoek dat ‘scoort’ bij een groter publiek maar dat theoretisch gezien misschien weinig om het lijf heeft. Het is mijn indruk dat veel onderzoek in psychologie hiermee te kampen heeft, wat wellicht het gevolg is van het feit dat psychologie, anders dan in bijvoorbeeld economie met zijn Homo Economicus, geen breed theoretisch kader van waaruit onderzoeksresultaten begrepen kunnen worden. Dat opent de deur voor allerhande micro-theorieën en experimenteel onderzoek waaruit zou blijken dat vleeseters minder sociaal zijn dan vegetariërs, of wat dan ook. Dit leest misschien lekker weg op nu.nl, maar zonder theorie heeft het maar weinig te betekenen.

    Zo bezien biedt de fraude van Stapel een goede mogelijkheid voor de sociaal-wetenschap voor een mooie stap vooruit: meer transparantie, meer theorie, meer ruimte voor onzekerheid en met dit alles minder ruimte voor groteske claims.

    PS: het moet me ook nog van het hart hoe treurig dit alles voor de naaste betrokkenen van Stapel moet zijn. Niet alleen collega’s maar ook familie. Het ene moment ben je getrouwd met een succesvolle professor, het volgende met iemand die de annalen ingaat als ‘The Lying Dutchman’. Dat lijkt me moeilijk te verkroppen.

    2 years ago  /  8 notes

  3. Harlem Calling

    Hoog tijd om weer eens wat van me te laten horen vanaf deze uitgestorven plek. De laatste keer is alweer even geleden: tijdens het WK Voetbal 2010, vanuit Mannheim in Duitsland. De lelijkheid van die stad staat doet nog altijd pijn aan mijn ogen. Daar heeft anderhalf jaar radiostilte weinig aan kunnen veranderen.

    Er is veel gebeurd, het moet gezegd. Zo heb ik New York wat beter leren kennen. Geinige metropool. Net als woonplek Harlem een geinige wijk is. Eigenlijk komt iedere wijk hier met zijn eigen smaak. Voor bier drinken en muziek luisteren ga je naar de groezelige Lower East Side of de East Village. Voor films naar de West Village. En voor winkels naar SoHo. IJzeren wet: hoe beter je een stad leert kennen, des te kleiner ze wordt. Al is Coney Island in Brooklyn nog steeds een teringeind met de metro.

    En dan Stony Brook. Na wat motivatieproblemen heb ik de weg vooruit weer te pakken. Toch blijven dat terugkerend thema’s, de wegen vooruit én de motivatieproblemen. Om die reden heb ik besloten academia tezijnertijd te laten voor wat ze is en op zoek te gaan naar een nieuwe baan. Geen flauw idee wat eigenlijk. Maar dat komt wel.

    In de tussentijd typ ik wat aan de dissertatie. En ren ik op thread mills bij het fitness centrum om de hoek. ‘Judgement Free Zone®’ staat er met koeienletters op de muur. Dat is maar goed ook, want wat ik laat zien is niet altijd even fraai. Helemaal wanneer het bergop gaat. Althans wanneer de molen een standje hoger gaat.

    Daarnaast geef ik les, voor het vijfde semester alweer. Voor een groep staan en babbelen over wat dan ook heb ik inmiddels redelijk in de vingers, al weet ik niet of ik het ook écht lesgeven kan noemen. Als ik zo hoor over hoe het er op sommige publieke scholen in NYC aan toe gaat, dan is wat ik doe voornamelijk een ‘walk in the park’.

    Goed, dat was het voor nu. Plan: deze plek wat beter te onderhouden dan de afgelopen tijd het geval is geweest.

    2 years ago  /  2 notes

  4. Zomer en dergelijke

    Plan: gewoon beginnen met typen en zien waar het schip strandt. Beetje momentum creëren. En dat dan omturnen tot een stukje. Eens zien hoe dat gaat.

    Afgelopen weken was ik in Nederland. En in Mannheim.

    Om te beginnen met Mannheim. Bizarre stad. Indertijd maakten de Amerikanen en de Britten het stadshart met de grond gelijk en sindsdien probeert men er uit alle macht wat van te maken, maar tevergeefs. De terrassen zijn leeg, de publieke ruimte vlak, de gebouwen zielloos.

    De universiteit, die deels huist in een roze kasteel, heeft het daarentegen wel goed voor elkaar. Klein en met een sterke focus op sociaal-wetenschappen. Ik was er voor een universitair zomerprogramma. EITM heette dat. In het kort: hoe laten we formele theorie en statistische modellen zich beter tot elkaar verhouden. Of zoiets. Geinig programma. Doelgroep: quants met bril. Beter gezegd: nerds. Deze jongen was in ieder geval goed bezig. IJzeren discipline en zo. Opgaven maken tot ‘s avonds laat op mijn hotelkamer. Ondanks de warmte. En het Nederlands elftal, de nummer twee van de wereld.

    In Nederland de sociale vent uitgehangen. Bijgepraat. Observatie: stilstaan is er niet meer bij. Trouwen. Kinderen krijgen. Huizen kopen. Serieuze dingen allemaal. Mooi. Net als ongecompliceerd bier drinken mooi is. Maar dat is niet meer, althans minder. Is misschien maar goed ook.

    Toch ga ik zo nog even verder. Financieel bankroet. Maatschappelijk stilstaand. Zwoegend. Traag. Maar wel in New York, voor wat het waard is. Moet alles wel goed gaan trouwens. En rustig blijven, in Amerika én in Nederland. Eind december weer een hoepel om doorheen te springen: dissertatievoorstel verdedigen. Gebeurt dat niet, dan lig ik eruit. Lukt dat wel, dan zit ik geramd, hard op weg naar de eindstreep die ergens in 2012 is gekrijt. Begin augustus vlieg ik daarom terug. En dan: volle bak vooruit!

    4 years ago  /  0 notes

  5. Politics 101 + Harlem

    Oef, dat zit erop. Het lesgeven. Het semester. De hele rimbam. En dat is maar goed ook, want ik ben er flink klaar mee. Het is tijd om even uit te blazen, tijd voor platte rust.

    Het lesgeven was nogal een avontuur, met pieken en dalen en zo. Sommige momenten waren beter dan andere. Foreign policy bijvoorbeeld. Bar en boos. Zelden zo lopen pruttelen. Mijn kennis over de Cuba crisis was om te janken. Voelde me net een klepperende vuilnisbak.

    Andere dagen waren beter. De skype-colleges met Thijs Berman en Olaf Koens. Heel bijzonder. Of de colleges over internationale handel en internationale financiën. Had vooraf niet verwacht dat ik die ongeschonden door zou komen maar dat viel alleszins mee. Had zelfs ruimte voor een paar keurige grapjes. Vonden ze leuk.

    Mooi ook dat rolpatronen bevestigd werden. De sportjocks achterin. De strebers voorin. Hier en daar een authentieke nerd, of een onvervalste bakvis. Of de luie zak die zonder iets te doen toch wil slagen. Daar zijn er nogal wat van, weet ik nu. Tussen ons gesproken: die gaan dit vak mooi niet halen. En zo hoort het.

    Vrijdag moeten de cijfers ingeleverd en zit POL101 er op. Voor nu. In het najaar begint alles weer opnieuw.

    Dan is er nog het wonen in Harlem. Dat bevalt prima, al is mijn huis nogal een uitgewoond hol. Daarbij komt dat mijn Amerikaanse huisgenoten vooral op zichzelf zijn. Niet echt van de gezellige, zeg maar. Behalve één. Dat is een relaxte vent. Een kenner van het Engelse voetbal, ook al komt-ie uit Milwaukee. De man neemt Premier League wedstrijden op en ziet ze terug. Van begin tot eind.

    Maar goed, Harlem dus. De wijk maakt sinds de jaren tachtig van vorige eeuw een opmars na decennia van vergetelheid en dat merk je aan alles. Overal steigers. Hippe winkels. Aangeharkte parken. Maar ook: straatverkopers, muurschilderingen, dichtgetimmerde ramen, en kerken in huizen. Vorige week maakte ik een wandelingetje, de foto’s staan hier. Kijk trouwens ook even op het weblog Harlem Shuffle: mooie stukjes over Harlem, toen en nu.

    4 years ago  /  0 notes

  6. Politics 101

    Docent-zijn gaat beginnen.

    Tweehonderd paar ogen staren me aandachtig aan. Sommige helderder dan andere. Veel petjes, hier en daar een bril, een enkele hoofddoek. De zaal is lelijk en uitgewoond. Normaliter wordt hier scheikunde onderwezen, maar dat hoeft op zich niets te betekenen.

    De klokt tikt.

    6:49.

    Behoedzaam open ik het flesje water dat voor me staat en neem een gulzige teug, obsessief haast, alsof ik in jaren niet gedronken heb. Mijn maag knort. De banaan van eerder biedt maar weinig soelaas. De grapefruit evenmin. Gebruik makend van het daarvoor bedoelde schroefdopmechanisme sluit ik het flesje weer.

    6:50.

    Daar ga ik.

    "Good evening everyone. I am Martijn Schoonvelde, your teacher for the semester. "

    Een gemiddelde openingszin. Had beter gekund, maar ook slechter. Ik ben niet ontevreden. Keulen en Aken zijn ook niet op één dag gebouwd…of zoiets.

    "I am from Amsterdam, and a grad student at the Political Science department here."

    Irrelevante informatie, maar goed, je moet toch wat. Daarbij komt: Amsterdam vinden ze hier gaaf. Alkmaar kennen ze niet. En Akersloot al helemaal niet. Zou ook raar zijn.

    "This semester we’ll be talking about the world of international relations."

    Leuke vondst. World. International Relations. World of International Relations. Sterk. Goede comeback.

    "But not today, because today we’ll only be going over the syllabus that I have posted online."

    Aardige brug. Tevens geruststelling voor de sport jocks achterin.

    "But before we begin, I want you to know that I don’t have any slides for today."

    Pijnlijk. Maar om van de beamer gebruik te kunnen maken is een krabbeltje vereist. Het krabbeltje van een bureaucraat een paar panden verder. Zo gaan die dingen hier. Wist ik natuurlijk niet. Maar nu wel.

    "By the way, can you all hear me, also in the back?"

    Glazige blikken zover het oog reikt. Hier en daar een knik.

    "Ok, so let’s go then."

    6:51.

    Docent-zijn is begonnen.

    4 years ago  /  0 notes

  7. The Generator

    It’s November. The weather is turning ugly. No Indian Summer here. Just wind, rain and bitter cold. I listen to Wolf Parade and think about the human condition.

    Not true. Take two.

    It’s November. The weather is turning ugly. No Indian Summer here. Just wind, rain and bitter cold. I listen to Wolf Parade and think about random stuff.

    Like going to London last week. Together with five friends we visited Arsenal-AZ. We slept in a hostel called The Generator. It came with a bar and since the bar was dirty cheap we decided to drink our pints there, accompanied by a small army of fifteen-year old b-boys and fly girls…and their hormones.

    Holy shit!

    I remember that when I was fifteen I played on my 16-bit Nintendo console, trying to run world records by taping my fingers together so I could push the buttons more quickly. It worked. I ran like a madman, so quickly that my brother disappeared from the screen, which was impossible so he ran world records too. We rocked.

    Not so much these present-day fifteen-year olds. They just drank like crazy. And dressed up like, well, way over the top. And played truth or dare on stage telling the audience about their worst sexual experiences, and walked around with a mike yelling obscenities and kissed random people from the audience. Admitted, maybe there’s a self-selection problem at work here. But still. Puberty 2.0. No more old Nintendos. I am getting old.

    4 years ago  /  6 notes

  8. In English

    Here I am, in the Bushuis, a university library in downtown Amsterdam, surrounded by hipsters doing their skinny jeans plus ironic spectacles thing. I blend in easily. Not so much because of my skinny jeans - I don’t do skinny - but because I have mastered the art of air typing. I can type 150 fake words a minute. They must be thinking I am writing a brilliant paper. The fools.

    I am looking at my computer screen and what I see is not a pretty sight: a dead blog, my blog, full of disposable entries, not unlike most blogs out there but written in a language of gutturals. It’s disgusting. I want to vomit, but I am keeping my cool - I don’t want to blow my cover.

    It’s time. Time to change things around drastically. Time to start to write in English. I don’t know how long will last. We’ll see. But for now it feels good. And that’s all that matters. So here we go.

    Since July I am back in the Netherlands to take care of my sick mother. It’s rough but I hope she will manage. I hope my brother will manage. And I hope I’ll manage. We have to.

    Stony Brook and my academic work are farther away than ever. I have lost focus, have difficulties putting my mind to things. Plus the apartment that I now live in (with three very friendly dudes) comes with soccer channels. I can OD on live AZ matches if I want to. I want to. I don’t want to think about political science - we play Utrecht tomorrow.

    I also need a job - make money. If I had the choice, I would be a bartender in a gritty bar for old people with red noses and watery eyes who sit there all day to complain about the present while drinking beer. I am good with those people. They seem to like me. I don’t know why - I despise their old people music and their complaints - but that’s how it goes. The problem is: I don’t have a choice right now, so I’ll probably be doing something else - or not. We’ll see. I’ll keep you posted.

    5 years ago  /  1 note

  9. AirBerlin vlucht 3551

    De bakvis drukt er nog maar eens eentje uit zijn verpakking. Een weeïgruikende plak kauwgom. Een beetje zoals die Fireballen van vroeger, kanelig met suiker. Het is niet haar eerste sinds ons gedwongen nabuurschap. Sinds we opgestegen zijn doet ze niet anders dan kauwgom kauwen en cola drinken. En aspirines eten. Ik wil haar vertellen dat het alledrie slechte gewoontes zijn maar doe alsof mijn neus bloedt. Moet ook wel want ik heb de oordoppen in en de ooglapjes voor die me aan het begin van de vlucht uitgereikt zijn. Jammer genoeg hadden ze geen neusdoppen en de oordoppen nu in mijn neus stoppen lijkt me niet gepast en puberaal.

    Twee stewardessen rijden met een kar op mijn knie in. Voedertijd, betekent dat. Kip of pasta?, vraagt de oudere van het stel. Beide weinig aantrekkelijke keuzes, dus ik hou het op kip. Kip bitte, zeg ik met gevoel voor taal. Op het punt om mijn kip soldaat te maken begint er ergens een hond begint te blaffen. Niet goed doorgekookt, denk ik, maar al snel blijkt dat ook de hond te gast is op deze vlucht.

    Terug naar de kip. De vierkante decimeter ruimte die het ticket me geeft noopt me creatief te werk te gaan, met ongewone motoriek. Ik zit erbij als een eekhoorn die een nootje eet. Toch ben ik niet ontevreden over de progressie die ik boek, al geef ik mijn buurvrouw meer dan eens een elleboogstoot. Op het veld zou ik allang rood gekregen hebben.

    De maaltijd op een vlucht is een ritueel. Een soort van initiëringsrite tot de slaapfase die de zinloosheid van het stoelzitten doorbreekt. Toch stemt het me vaak droevig. De blijdschap van de mensen: alsof we op een godenmaal getrakteerd worden. Opgewarmde nietszeggendheid, denk ik dan. Daarnaast: je hebt er gewoon voor betaald, dus waarom zo blij? Geef mij maar een vingerhoed water met een astronautenpil. Functioneel vliegen, zo heb ik het liever. De democratisering van de burgerluchtvaart, ze stemt me blij en treurig tegelijk, filosofeer ik, terwijl ik met het toetje, een heerlijk geglazuurd taartje, begin.

    Na de maaltijd gaat begint de film, een romantische komedie met die gast met die blonde haren en hoekige neus die ook in Wedding Crashers speelt. Ik doe mijn ooglapjes weer voor. De man voor me gaat ook pitten, wat ik merk aan de stoel die tegen mijn knie drukt. Hij heeft voor zijn stoel betaald dus zal hem gebruiken ook. Ik probeer een soort van kleermakerszit, wat niet heel goed lukt, of beter gezegd helemaal niet. Niet veel later begint een baby te huilen. De oordopjes bieden maar weinig soelaas. Ik schuif een ooglapje opzij en kijk op de kaart: Düsseldorf nog zes uur.

    5 years ago  /  0 notes

  10. Over het huidige semester en het volgende

    Verdraaid: let je even niet op, is het ineens half mei en staan de qualifiers voor de deur: 1, 8 en 22 juni moet ik vol aan de bak. Drie examens over zo’n beetje alles wat ik hier tot nu toe heb gedaan met betrekking tot politieke economie, politieke psychologie en methodologie. Ieder examen duurt acht uur en bestaat uit het antwoorden van drie vragen uit vier opties. Haal ik de examens, dan zit ik goed, haal ik ze niet, dan lig ik eruit. Eventjes aanpoten dus.

    Onder de PhD-studenten doen trouwens de wildste verhalen over de qualifiers de ronde. Zo is een paar jaar geleden iemand verdwenen na het methodologie examen. Het laatste wat van het vernomen is dat ie in een vliegtuig naar Columbus, Ohio was gestapt. Verder ontbreekt ieder spoor.

    Los van deze naderende apocalyps maak ik het goed. Het voorjaar is ook hier begonnen. Werd trouwens tijd ook want die fucking winter begon me knap te vervelen. Na dit semester verhuis ik naar Brooklyn of Queens, samen met 3 vrienden van hier. Na twee jaar suburbia is de hoogste tijd voor een meer stedelijke omgeving. Ik kan niet wachten om mijn deur uit te stappen en in de bedrijvigheid terecht te komen in plaats van op een ingeslapen campus. En om niet een bus te moeten nemen voor een halfje gesneden wit. Of maar uit twee cafés te kunnen kiezen.

    Maar goed, dat is allemaal van later zorg, eerst maar eens eventjes die luizige examens binnenkoppen.

    5 years ago  /  0 notes